Verstek tegen verstekvonnis

Bij verstek veroordeeld? Snel verzet tegen verstekvonnis instellen!

Heeft u een verstekvonnis ontvangen en bent u tot betaling veroordeeld zonder dat u verweer hebt kunnen voeren? Kom dan snel in actie, want na vonnis wordt meestal op korte termijn overgegaan tot beslaglegging. 

Het is mogelijk om een verstekvonnis ongedaan te laten maken door verzet tegen het verstekvonnis in te stellen.

Maar let op:

De wettelijke termijn is kort en wordt strikt toegepast, dus de tijd dringt. Wordt het verzet te laat ingesteld, dan wordt het verstekvonnis onherroepelijk.

Op deze pagina wordt uitgelegd wat een verstekvonnis is, hoe verzet werkt, welke voorwaarden en termijnen gelden en hoe wij u in deze situatie kunnen helpen.

Inhoudsopgave verzet tegen verstekvonnis

  • Wat is een verstekvonnis?
  • Wanneer wordt een verstekvonnis uitgesproken?
  • Wat zijn de gevolgen van een verstekvonnis?
  • Wat is verzet tegen een verstekvonnis?
  • Wat zijn de wettelijke voorwaarden voor verzet?
  • Wat is de termijn voor verzet?
  • Hoe wordt verzet ingesteld?
  • Hoe werkt een verzetsprocedure?
  • Wat gebeurt er met het verstekvonnis tijdens verzet?
  • Wanneer heeft verzet kans van slagen?
  • Verstekvonnis en verzet in incassozaken
  • Juridische hulp bij verstekvonnis of verzet nodig?
  • Rechtspraak over verzet instellen tegen verstekvonnis


Klik op een van de bovenvermelde links om direct naar het betreffende onderwerp te gaan.

Direct juridische hulp nodig bij verzet instellen tegen een verstekvonnis? Bel ons voor gratis advies!

Hebt u direct hulp nodig bij hoofdelijke aansprakelijkheid? Bel ons voor gratis advies op 010 - 820 028 4

Wat is een verstekvonnis?

Een verstekvonnis is een uitspraak van de rechtbank die wordt gedaan wanneer de gedaagde partij niet in de gerechtelijke procedure verschijnt of het verschuldigde griffierecht niet tijdig voldoet. Een verstekvonnis heeft dezelfde rechtskracht als een regulier vonnis, zij het dat tegen een verstekvonnis nog verzet kan worden ingesteld.

Wanneer wordt een verstekvonnis uitgesproken?

Een verstekvonnis kan worden uitgesproken als:

  • Gedaagde niet in de gerechtelijke procedure verschijnt
  • Gedaagde het verschuldigde griffierecht niet tijdig betaalt
  • Terwijl gedaagde wel rechtsgeldig is opgeroepen


In gerechtelijke procedures bij de sector kanton van de rechtbank kan gedaagde persoonlijk of bij gemachtigde verschijnen. Dit geldt voor de meeste zaken met een financieel belang van minder dan € 25.000. In kantonprocedures is gedaagde geen griffierecht verschuldigd.

In gerechtelijke procedures bij de sector civiel van de rechtbank – dus waarin niet in persoon kan worden geprocedeerd, maar waarvoor een advocaat noodzakelijk is – kan gedaagde uitsluitend bij advocaat verschijnen. Dit geldt voor de meeste zaken met een financieel belang van meer dan € 25.000. Verschijnt gedaagde toch persoonlijk in dergelijke gerechtelijke procedures, dan wordt dus verstek verleend. In civiele procedures zijn zowel eiser als gedaagde griffierecht verschuldigd.

Voordat er verstek wordt verleend tegen een gedaagde die niet verschijnt, controleert de rechtbank of gedaagde rechtsgeldig is opgeroepen. De rechter controleert in dit verband voornamelijk of de dagvaarding voldoet aan de wettelijke vereisten zoals vermeld in artikel 45 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en artikel 111 het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Wordt verstek verleend, dan wijst de rechter de vordering toe, tenzij de vordering de rechter onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Dit laatste betekent dat de rechter de vordering slechts marginaal toetst. Er vindt dus geen grondige inhoudelijke beoordeling plaats. In de praktijk leidt dit ertoe dat de meeste vorderingen worden toegewezen zo lang de dagvaarding qua formaliteiten klopt.

De wettelijke regeling voor verstekverlening is te vinden in artikel 139 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat luidt als volgt:

'Indien de gedaagde niet op de eerste of op een door de rechter nader bepaalde roldatum in het geding verschijnt dan wel verzuimt advocaat te stellen of, indien verschuldigd, het griffierecht niet tijdig voldoet hoewel hem dat bij dagvaarding was aangezegd, en de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht zijn genomen, verleent de rechter verstek tegen hem en wijst hij de vordering toe, tenzij deze hem onrechtmatig of ongegrond voorkomt.'

In gerechtelijke procedures met meerdere gedaagden kan verstek worden verleend tegen de niet verschenen gedaagde(n), waarna tussen de overige procespartijen kan worden verder geprocedeerd. Een dergelijk vonnis in een gerechtelijke procedure waarin ten minste één gedaagde is verschenen, is echter geen verstekvonnis, maar een vonnis op tegenspraak, waardoor verzet instellen niet mogelijk is.

Dit is wettelijk geregeld in artikel 140 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat - voor zover relevant - luidt als volgt:

'1. Zijn er meer gedaagden en is ten minste een van hen in het geding verschenen, dan wordt, indien ten aanzien van de overige gedaagden de voorgeschreven formaliteiten en termijnen in acht zijn genomen, tegen dezen verstek verleend en tussen de eiser en de verschenen gedaagden voortgeprocedeerd.

2. Onder verschenen gedaagde als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan de gedaagde die in het geding is verschenen en tijdig het griffierecht heeft voldaan.

3. Tussen alle partijen wordt één vonnis gewezen, dat als een vonnis op tegenspraak wordt beschouwd.'

In de praktijk worden verstekvonnissen vooral uitgesproken in de onderstaande situaties:

  • De dagvaarding is niet in persoon betekend, maar achtergelaten in een gesloten enveloppe, waardoor gedaagde niet tijdig bekend is geraakt met de gerechtelijke procedure
  • Gedaagde heeft zijn schriftelijke verweer per post toegestuurd, maar de betreffende brief is niet tijdig ontvangen of verwerkt door de rechtbank
  • Gedaagde stelt ten onrechte geen advocaat in een gerechtelijke procedure waarin dat wel is voorgeschreven (zie hiervoor)
  • Gedaagde betaalt het verschuldigde griffierecht niet tijdig (zie hiervoor)



Wat zijn de gevolgen van een verstekvonnis?

Een verstekvonnis heeft dezelfde rechtskracht als een regulier vonnis op tegenspraak. Net als het geval is bij normale vonnissen, worden verstekvonnissen doorgaans ook uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Zie hiervoor artikel 233 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Dit betekent dat het verstekvonnis al ten uitvoer kan worden gelegd  – bijvoorbeeld doordat tot betekening van het vonnis en beslaglegging wordt overgegaan – ook al staan er nog rechtsmiddelen tegen het verstekvonnis open, zoals verzet.

U bent er dus voor gewaarschuwd dat voor een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis op zeer korte termijn beslag kan worden gelegd door de deurwaarder met alle bijkomende kosten van dien.

Wat is verzet tegen een verstekvonnis?

Wie bij verstek is veroordeeld, staat gelukkig niet met lege handen. Het Nederlandse recht kent namelijk het rechtsmiddel verzet.

Verzet is een heropening van dezelfde gerechtelijke procedure bij dezelfde rechter. De gedaagde partij krijgt dan alsnog de gelegenheid om inhoudelijk verweer te voeren tegen de vordering van de eisende partij.

Dit is geregeld in artikel 147 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat – voor zover relevant – luidt als volgt:

'1. Door het verzet wordt de instantie heropend. Het geding verloopt als in de vijfde afdeling bepaald, met dien verstande dat het exploot van verzet als conclusie van antwoord geldt.

2. Was het verstek tegen de oorspronkelijk gedaagde verleend wegens het niet tijdig voldoen van het door hem verschuldigde griffierecht, dan zorgt de oorspronkelijk gedaagde dat het verschuldigde griffierecht is voldaan op de eerste roldatum van het verzet. Is het verschuldigde griffierecht, bedoeld in de eerste zin, niet alsnog tijdig voldaan, dan bekrachtigt de rechter het verstekvonnis.

3. Was het verstek tegen de oorspronkelijk gedaagde verleend wegens het niet verschijnen in het geding, dan houdt de rechter de zaak aan zolang de gedaagde het verschuldigde griffierecht niet heeft voldaan en de termijn genoemd in artikel 3, derde lid, van de Wet griffierechten burgerlijke zaken nog loopt. De tweede zin van het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.’

Verzet is niet hetzelfde als hoger beroep. Verzet is alleen mogelijk tegen een verstekvonnis, dus als gedaagde niet is verschenen. Is gedaagde wél verschenen, dan is er sprake van een vonnis op tegenspraak en staat geen verzet, maar (meestal) hoger beroep open. Meer informatie over hoger beroep


Wat zijn de wettelijke voorwaarden voor verzet?

Wat is de termijn voor verzet?

Hoe wordt verzet ingesteld?

Hoe werkt een verzetsprocedure?

Wat gebeurt er met het verstekvonnis tijdens verzet?

Wanneer heeft verzet kans van slagen?

Verstekvonnis en verzet in incassozaken

Juridische hulp bij verstekvonnis of verzet nodig?

Rechtspraak over verzet instellen tegen verstekvonnis

Rechtspraak over verzet instellen tegen verstekvonnis

Hieronder is rechtspraak vermeld over het instellen van verzet tegen een verstekvonnis. Ook is rechtspraak vermeld die toeziet op het verrichten van een daad van bekendheid.


Rechtspraak over daad van bekendheid

Volgens rechtspraak van de Hoge Raad is pas sprake van een daad van bekendheid als de veroordeelde partij zelf een handeling heeft verricht waaruit ondubbelzinnig blijkt dat hij over voldoende gegevens met betrekking tot (de inhoud van) zijn veroordeling beschikt om zich daartegen tijdig en adequaat te kunnen verzetten (ECLI:NL:HR:2009:BJ0652):

'3.2 Nu het vonnis niet aan [eiseres] in persoon was betekend, geldt als maatstaf (zowel in art. 81 oud als in art. 143) of de veroordeelde enige daad heeft gepleegd "waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het vonnis of de aangevangen tenuitvoerlegging aan hem bekend is". Deze maatstaf houdt in dat de veroordeelde zelf een handeling moet hebben verricht waaruit ondubbelzinnig valt op te maken dat hij over voldoende gegevens met betrekking tot (de inhoud van) zijn veroordeling beschikt om zich daartegen tijdig en adequaat te kunnen verzetten. Het hof heeft deze maatstaf gehanteerd in zijn rov. 3.3 en 3.4.

[...] (i) Het feit dat [eiseres] een brief van 30 maart 2005 van deurwaarderskantoor [A] heeft ontvangen en daarop heeft gereageerd, levert geen daad van bekendheid op. [eiseres] heeft ontkend dat een kopie van het vonnis bij de brief was ingesloten en het hof heeft de juistheid van deze stelling in het midden gelaten.

(ii) In deze brief is weliswaar melding gemaakt van het vonnis en van de daarin mede jegens [eiseres] uitgesproken veroordeling, doch het enkele feit dat [eiseres] op deze brief heeft gereageerd levert geen daad van bekendheid op waaruit noodzakelijkerwijs voortvloeit dat zij voldoende bekend is met de inhoud van het vonnis. In tegenstelling tot wat het hof in rov. 3.6 heeft overwogen, blijkt uit de reactie van [eiseres] niet dat zij over voldoende gegevens beschikte om zich daadwerkelijk tegen het verstekvonnis te verzetten. De door het hof in rov. 3.1 vermelde inhoud van haar brief van 3 mei 2005 komt erop neer dat [eiseres] meende dat er geen gegevens voorhanden waren waaruit kon blijken dat zij aansprakelijk is voor de vordering.'

Een daad van bekendheid kan blijken uit WhatsApp-correspondentie als daaruit voldoende duidelijk blijkt dat de veroordeelde partij bekend was met de identiteit van de eiser, een belangrijk deel van de vordering en een belangrijk deel van de veroordeling. Kortom, met de hoofdinhoud van het verstekvonnis (ECLI:NL:GHAMS:2019:1740):

'3.6. Artikel 143 lid 2 Rv bepaalt, voor zover in dit geding van belang, dat de termijn van verzet aanvangt na het plegen door de veroordeelde van enige daad waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het vonnis aan hem bekend is. Deze maatstaf houdt in dat de veroordeelde zelf een handeling moet hebben verricht waaruit ondubbelzinnig valt op te maken dat hij over voldoende gegevens met betrekking tot (de inhoud van) zijn veroordeling beschikt om zich daartegen tijdig en adequaat te kunnen verzetten (HR 9 oktober 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ0652). Voldoende is dat de gedaagde ermee bekend is op vordering van wie, waartoe en door welk gerecht hij is veroordeeld (HR 9 januari 1987, ECLI:NL:HR:1987:AG5501). Kortom, met de hoofdinhoud van het vonnis (HR 12 februari 1997, ECLI:NL:HR:1997:AC2381).

3.7. Uit de WhatsApp-correspondentie volgt dat [B] door B&H Gaming op de hoogte is gesteld van het bestaan van het kortgedingvonnis en van de hoofdlijnen van de beslissing, namelijk dat D&F Partners de speelautomaten van B&H Gaming binnen twee dagen weer in het buurtcafé diende te plaatsen en dat B&H Gaming de mogelijkheid had om dwangsommen te incasseren indien niet aan het vonnis zou worden voldaan. [B] heeft ook gereageerd op de mededelingen van B&H Gaming. Alhoewel die reactie als afhoudend valt te typeren, gaat [B] daarin wel in op de berichten van B&H Gaming. Op het verzoek een afspraak te maken met ‘ [C] ’ voor het terugplaatsen van de speelautomaten van B&H Gaming reageert hij met de mededeling: “Nou ik denk van niet. Ik ben in buitenland. Als ik kom zien we wel.” en op de mededeling van B&H Gaming dat zij dwangsommen ‘mag sturen’ laat hij weten “Ga je gang” en “We zien wel”. Aldus heeft [B] , als directeur en aandeelhouder van D&F Partners, op 7 augustus 2018 handelingen verricht waaruit ondubbelzinnig valt op te maken dat hij bekend was met de identiteit van de eiser, een belangrijk deel van de vordering en een belangrijk deel van de veroordeling. Kortom, met de hoofdinhoud van het verstekvonnis. Naar het oordeel van het hof heeft D&F Partners daarmee een daad van bekendheid in de zin van artikel 143 lid 2 Rv gepleegd, zodat de termijn van verzet is aangevangen op 7 augustus 2018. Het antwoord op de vraag of [B] de pdf-bijlage geopend heeft, kan daarom in het midden blijven.'

Van een daad van bekendheid kan verder sprake zijn als de veroordeelde partij met het deurwaarderskantoor belt met vragen over de gelegde executoriale beslagen voor de betreffende vordering (ECLI:NL:RBLIM:2026:1235):  

'3.7. De maatstaf voor de beoordeling of [partij 1] een daad van bekendheid met het verstekvonnis heeft gepleegd houdt in dat de veroordeelde 1) zelf een handeling moet hebben verricht waaruit 2) ondubbelzinnig valt op te maken dat zij 3) over voldoende gegevens beschikte met betrekking tot (de inhoud van) haar veroordeling om zich daartegen tijdig en adequaat te kunnen verzetten.

3.8. De kantonrechter is van oordeel dat hier sprake van is op grond van het volgende.

1. [partij 1] heeft op 25 februari 2025 zelf gebeld met de deurwaarder. Dit is niet betwist, zodat vaststaat dat [partij 1] zelf heeft gehandeld. Dit blijkt ook uit de overgelegde telefoonnotitie van de medewerkster van het deurwaarderskantoor.

2. Uit deze handeling van [partij 1] blijkt ook dat sprake is van ondubbelzinnig bekendheid. Een handeling kan zijn een uitlating of mededeling van de veroordeelde, of bijvoorbeeld de overhandiging van het verstekvonnis aan een advocaat met het verzoek hem juridisch bij te staan. Het enkele toesturen van het vonnis aan de veroordeelde en het enkele in ontvangst nemen van het vonnis door de veroordeelde is, evenals het louter aanhoren van het verstekvonnis onvoldoende om te kunnen spreken van een handeling waaruit ondubbelzinnig van bekendheid blijkt. Een daad van bekendheid kan ook blijken uit telefoonberichten, zoals WhatsApp-berichten. In dit geval heeft [partij 1] gebeld met de deurwaarder die het executoriaal derdenbeslag heeft gelegd op grond van het verstekvonnis. [partij 1] heeft zelf gevraagd naar de beslaglegging. Hieruit volgt voldoende dat sprake is van bekendheid met het verstekvonnis.

3. Tot slot moet de veroordeelde de inhoud in zoverre kennen dat hij weet op vordering van wie en door welke rechterlijke instantie hij is veroordeeld en waartoe hij is veroordeeld. Het is niet nodig dat de veroordeelde het vonnis heeft ontvangen of dat de volledige tekst aan hem is meegedeeld. [partij 1] heeft zelf naar de deurwaarder gebeld en gevraagd waar het bankbeslag over gaat. Nadat de medewerkster van het deurwaarderskantoor heeft aangegeven dat het de zaak [partij 2] betreft en (administratief) beslag is gelegd op voertuigen van [partij 1] , vraagt [partij 1] op welke voertuigen beslag is gelegd en hoeveel er open staat. Vervolgens heeft de medewerkster geantwoord om welke voertuigen het gaat en dat er € 25.180,99 openstaat. Hierop reageert [partij 1] met de mededeling dat zij zich vandaag gaat uitschrijven. Uit de inhoud van dit telefoongesprek blijkt voldoende dat [partij 1] ook met de inhoud van het vonnis bekend is geraakt en dat zij wist op vordering van wie en tot welk bedrag de veroordeling loopt. Alhoewel niet met zekerheid kan worden vastgesteld of de rechterlijke instantie eveneens aan [partij 1] is medegedeeld, is het bovenstaande voldoende om te kunnen vaststellen dat [partij 1] een daad van bekendheid heeft gepleegd. Onder deze omstandigheden had van haar ook verwacht mogen worden dat ze hiernaar had gevraagd, althans wordt ervan uit gegaan dat ze hiernaar gevraagd heeft.'

 

Cookie-voorkeuren

Wij gebruiken onze eigen cookies en cookies van derden voor statistische en analytische doeleinden om u de beste ervaring op onze website te bieden.

Meer informatie vindt u in ons cookiebeleid
Wij respecteren uw privacy

U kunt uw cookie-voorkeuren instellen door de verschillende hieronder beschreven cookies te accepteren of te weigeren

Noodzakelijk

Noodzakelijke cookies helpen een website bruikbaarder te maken door basisfuncties zoals paginanavigatie en toegang tot beveiligde delen van de website mogelijk te maken. Zonder deze cookies kan de website niet goed functioneren.

Vereist
Voorkeuren

Met voorkeurscookies kan een website informatie onthouden die de manier verandert waarop de website zich gedraagt of eruit ziet, zoals uw voorkeurstaal of de regio waarin u zich bevindt.

Statistieken

Statistische cookies helpen website-eigenaren te begrijpen hoe bezoekers omgaan met websites door anoniem informatie te verzamelen en te rapporteren.

Marketing

Marketingcookies worden gebruikt om bezoekers op verschillende websites te volgen. Het is de bedoeling advertenties weer te geven die relevant en aantrekkelijk zijn voor de individuele gebruiker en daardoor waardevoller voor uitgevers en externe adverteerders.